Hoor jij ook wel eens boulder termen die je niet kent? Met deze blog ben je binnen enkele minuten helemaal up-to-date met de belangrijkste boulderterminologie.
De meeste voorkomende boulder termen & boulder jargon voor beginners
Zowel ‘pof’ als ‘chalk’ wordt veel gebruikt om magnesium (carbonaat) aan te geven, het witte goedje dat je op je handen smeert bij het boulderen. Bij boulderen wordt veel gebruik gemaakt van magnesium (carbonaat). Ook bij sporten zoals klimmen, turnen en cross-fit. Magnesium (carbonaat) is een stof dat nodig is om de handen droog te houden zodat je een optimale grip hebt. Het is verwarrend als er wordt gesproken over pof, pofzakken of chalk (kalk) maar het verwijst allemaal naar magnesium. De beste en duurzaamste boulder magnesium en pof vindt je bij Allez!
‘Allez’ is een Frans woord wat doorgaans wordt gebruikt door boulderaars als dé kreet voor steunbetuiging. ‘Allez’ betekent ‘kom op’ of ‘ga ervoor’ in het Frans. Iedere taal heeft zijn of haar eigen aanmoediging, echter heeft ‘Allez’ haar entree gemaakt als de bekenste internationale aanmoediging voor boulderaars.
‘Bleau‘ (uitspraak: ‘blo’) refereert naar de populairste buiten boulderlocatie Fontainebleau van Nederland. Fontainebleau ligt in de buurt van Parijs, Frankrijk en bevindt zich in een bos. Het is een van de dichtbijzijnde plekken om goed buiten te kunnen boulderen als Nederlander.
‘Logger’ of ‘Toplogger’ is een mobiele app voor boulderaars en klimmers om hun voortgang bij te houden (te ‘loggen’). Zo goed als alle boulderhallen in Nederland zijn in de app te vinden. Verder geeft Toplogger informatie over het niveau (moeilijkheidsgraag) van de boulders. Deze wordt door de boulderaars zelfs gescored.
(Wedstrijd) boulder termen
Een route heeft altijd een ‘start‘ (waar de route begint) en een ‘top’ waar de route eindigd. In boulderhallen en wedstrijden zijn startgrepen aangeven middels een markering, denk bijvoorbeeld aan twee tapejes of kaartjes. Dit verschilt per boulderhal . Op minuut 3:52 wordt het in onderstaand filmpje visueel toegelicht.
De ‘zone’ is een bouldergreep die bij wedstrijdboulders is gemarkeerd als ‘zone’. Je kan bij wedstrijden een ’top’ en een ‘zone’ behalen. De ‘zone’ en ’top’ worden bij wedstrijden gebruikt als puntensysteem. In oktober 2022 zal er door de International Federation of Sports Climbing (IFSC) geexperimenteerd worden met twee ‘zone’ holds bij westrijden.
De ’top’ is de laatste bouldergreep in een route en bepaald waar de route eindigt. Deze eindgreep moet je met twee handen vasthouden of aanraken.
Een ‘flash’ is het behalen van de ’top’ van de boulder bij je eerste poging.
Termen van boulder technieken
Een ‘dyno‘ is een type beweging bij het boulderen waarbij je moet springen of een flinke dynamische beweging moet maken waarbij beide handen los komen.
Een ‘heel hook‘ of een ‘hakje‘ is een bouldertechniek waarbij je gebruik maakt van je hak om jezelf in positie te krijgen, verder om hoog te krijgen, te stabiliseren of te balanseren. Soms gebruik je een hak om in de muur te blijven, soms gebruikt je een hak om jezelf aan omhoog te trekken.
Een ‘knee bar‘ is het vastklemmen van je knie en voet tussen twee holds, modules of muur. Middels deze techniek -mits goed uitgevoerd – kan je uitrusten tijden de route en zijn je handen vaak vrij. Het kan ook helpen om een beweging makkelijker te maken.
Een ‘toe hook‘ of een ‘teentje‘ is een bouldertechniek waarbij je gebruik maakt van je teen (bovenkant van je voet) om jezelf in positie te krijgen, verder om hoog te krijgen, te stabiliseren of te balanseren.
‘Matchen‘ is het Engelse woord voor bijvoegen en wordt gebruikt om aan te geven dat je je handen of voeten bij elkaar op eendezelfde bouldergreep of module moet zetten.
Een ‘dropknee‘ is een techniek waarbij je je voet erg hoog plaatst en daarbij je knie laag laat zakken (het ‘droppen’ of ‘laten vallen’ van je knie). Deze techniek wordt vaak gebruik voor bepaalde passen. Zie onderstaand filmpje vanaf minuut 2:14.
Een ‘lock-off’ refereert naar een bouldertechniek waar je je arm in een 90 graden positie vasthoudt om zo een bepaalde beweging mogelijk te maken. Om een lock-off te kunnen uitvoeren moet je erg sterk zijn.
Boulderstijlen voor routes
Een ‘slab’ is en route dat met name een overhellende muur is met grote slopy holds. Slab is een grote platte steen. Een ‘slab’ route is het tegenovergestelde van een ‘overhang’ route. Zie hieronder voor visuele ondersteuning.
Een ‘overhang‘ route verwijst naar een route waarbij je je als klimmer onder de muur bevindt. Je hangt dus als het ware tijdens het klimmen van de route. Deze routes staan doorgaans bekend als de zware en krachtige routes. Zie hieronder voor visuele ondersteuning.
Wat is een boulder campussen
‘Campus’ is het klimmen van een boulderroute zonder je voeten te gebruiken. Met andere woorden ‘campussen’ is het klimmen van een route met alleen je armen. Doorgaans gebruik je een hold (greep) ook maar één keer voor één hand. Dus je mag de holds niet matchen. Om te campussen kies je een route die overhang heeft. Anders kom je in de problemen dat je lichaam tegen de muur schuurt. Let op dat is gevaarlijk! Campussen is niet iets wat je als beginner doet.
Benaming van bouldergrepen en -holds
Bouldergrepen worden middels verschillende namen geclassificeerd. Vaak komen deze namen vanuit het Engels. Volgende week komen we met een nieuwe post die jou binnen enkele minuten up-to-date brengt met alle verschillende typen boulderholds. Lees hier meer over bouldergrepen zoals de pinch, sloper en crimps.


3 thoughts on “Bouldertermen en jargon”